De Wereld van Verschil geeft teams woorden om feedback te geven op gedrag. De feedback wordt gekoppeld aan de kaart, waardoor de drempel lager wordt en de ander minder snel in de verdediging schiet. Daarbij zie je ook hoe jij feedback geeft en hoe iemand uit een ander Rijk die het liefst ontvangt of juist interpreteert.
De training is meestal niet het probleem. Mensen weten hoe je feedback formuleert. Het knelt op het moment dat het echt ergens over gaat, want dan voelt het alsof je iets over iemand zegt in plaats van over wat er gebeurde.

Praten over gedrag wordt al snel praten over de persoon. De kaart legt het gedrag op tafel, en dat verandert de toon.

Goede feedback begint niet bij een techniek, maar bij begrip voor elkaar. Deze drie stappen helpen je team om van inzicht naar een blijvende gewoonte te gaan.
Krijg eerst inzicht in je eigen gedragsvoorkeur en die van je collega's. Zonder dat blijft feedback een techniek die je toepast in plaats van een gesprek dat je voert.
Niet met casussen uit een boek, maar met wat er afgelopen week in het team is gebeurd. Op de vloermat wordt zichtbaar waar de spanning vandaan kwam.
Feedback beklijft alleen door herhaling. Teams die de kaart in vergaderingen blijven gebruiken, maken er een blijvende gewoonte van.
De kaart geeft een cultuur taal en een plek om te praten. Het creëert niet de bereidheid om die te gebruiken. Twee voorwaarden zijn essentieel.

Hieronder vind je de vragen die we het vaakst krijgen, voorzien van heldere antwoorden.
By linking it to behaviour on the map instead of to the person. You discuss what happened and which area each of you was looking at it from. That keeps it about the situation without it becoming a personal attack.
No, the two work well together. Feedback training teaches you how to phrase something. The map shows how feedback travels between the Areas: how you deliver it, and how the other person receives it.
Usually yes, because the map forms a safe layer between participants for holding the conversation about behaviour.
Door de taal weer te integreren in het dagelijkse werk: tijdens vergaderingen, in één-op-één gesprekken en in de beoordelingscyclus. Begeleiders plannen hiervoor meestal vervolgsessies of korte opfrismomenten in.
Dat is meestal het beste startpunt. In een verkenningsgesprek kijken we of de kaart het verschil kan maken.